‘Degene die risico’s neemt, verliest voor even de grond onder zijn voeten, maar degene die geen risico loopt, riskeert zijn leven te verliezen’.

Søren Kierkegaard

AD BROERE
financiële blog (c)2010
email. ad@adbroere.nl

site by vincken.eu

Menselijke economie en het MKB

drs. Ad Broere, 27 juni 2010


Als we naar een economie toe willen waarin menselijkheid en menselijke maat niet langer als de taal van idealisten wordt weggezet, dan is het van groot belang dat de rol en de positie van het MKB de nodige aandacht krijgen.


Wat is het midden- en kleinbedrijf (MKB)?

 Het MKB bestaat uit drie categorieën:

  • Middelgroot: minder dan 250 werknemers, een jaaromzet van hoogstens € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal kleiner of gelijk aan € 43 miljoen.
  • Klein: minder dan 50 werknemers, een jaaromzet van hoogstens € 10 miljoen of een jaarlijks balanstotaal kleiner of gelijk aan € 10 miljoen.
  • Micro: minder dan 10 werknemers, een jaaromzet van hoogstens € 2 miljoen of een jaarlijks balanstotaal kleiner of gelijk aan € 2 miljoen.

Wat is de positie van het MKB in de economie?


De volgende cijfermatige gegevens illustreren het belang en de positie van het MKB:

Verdeling MKB naar aantal medewerkers

·         aantal zelfstandigen: 22%

·         1-10 werknemers: 28%

·         10 - 99 werknemers: 40%

·         99 - 250 werknemers: 11%

Het marktonderzoeksbureau Motivaction deelt MKB ondernemers op de volgende manier in:


De ontplooier (34% van alle MKB'ers), geniet van zijn onafhankelijkheid en is creatief

De pragmaticus (26%) is klantgericht en wars van status.

De expert (22%) is de perfectionist die niet onder een baas kan werken.

De hoeder (13%) houdt van zijn werk maar niet van het gedoe erom heen.

De jager (4%) houdt van risico en wil rijk worden.

De einzelganger (1%) is wat het woord al zegt.


Hoe dan ook, dit klinkt toch veel menselijker  dan de grote ondernemer (76%) die als hoofddoelstelling waardecreatie voor zijn aandeelhouders heeft!


Kerngegevens midden- en kleinbedrijf (2007)

·         Aantal actieve MKB ondernemingen: 786.000

·         Werknemers in totaal (exclusief overheid): 7,4 miljoen

·         Werknemers in MKB: 4,4 miljoen (3,9 miljoen in 2010!)

·         Omzet totaal bedrijfsleven: € 1394,6 miljard

·         Omzet midden- en kleinbedrijf: € 817,2 miljard

99.7 % van het totale bedrijfsleven valt onder de categorie MKB.

Iets meer dan 50% van het MKB is kleiner dan 10 werknemers. 

Deze 99.7% MKB ondernemingen zijn verantwoordelijk voor 58 % van de omzet in het bedrijfsleven en bieden werkgelegenheid aan 60 % van alle werknemers (driekwart van alle werknemers in de private (=niet overheid) sector.

 

Bovenstaande cijfers illustreren de uitspraak, dat het MKB (tot nu toe) de motor is van de economie en werkgelegenheid. De snelle afname van 0,5 miljoen werknemers in minder dan 3 jaar doet echter vrezen voor de toekomst van het midden- en kleinbedrijf.

 

MKB en menselijke economie

 

Waarom is de rol van het midden- en kleinbedrijf in de ontwikkeling van een economie waarin werkelijke aandacht voor mens, dier en aarde centraal staan zo essentieel?

Omdat kleinere ondernemingen flexibel zijn, weinig afstand kennen tussen leiding en medewerkers, meer open staan voor innovatie en creativiteit en niet vast zitten aan gevestigde belangen.

Bovendien is het MKB de kraamkamer voor nieuw ondernemerschap. Vrijwel alle startende ondernemers beginnen klein. In veel gevallen zijn het de beginnende ondernemers die met baanbrekende en gedurfde initiatieven komen.

 

Het MKB onder druk

 

Banken en grote concerns beschouwen het MKB grotendeels als te riskant. Hiervoor worden de volgende argumenten aangevoerd:

–        Afhankelijkheid van vaak een persoon (continuïteit)

–        Geen toegang tot vermogensmarkten door de besloten structuur

–        De solvabiliteit (= financieel weerstandsvermogen) is zowel procentueel als in absolute getallen aanmerkelijk lager dan grootbedrijf.

–        Voor het handhaven van de liquiditeit is het MKB sterk afhankelijk van banken en leveranciers.

Banken en (grote) leveranciers laten het in de huidige tijd in grote mate afweten voor wat betreft de kredietverlening. Het gevolg hiervan is dat veel MKB bedrijven gebrek aan geld hebben met als gevolg dat er mensen moeten worden ontslagen en in het ergste geval faillissement volgt:

2008:               14.835 faillissementen

2009:               22.803 faillissementen

2010:               11.878 faillissementen (tot en met mei)

In dit lijstje is het aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen niet opgenomen. Veel ondernemers sluiten door het uiterst moeilijke economische klimaat de deuren zonder dat er sprake is van faillissement.

Startende ondernemers komen steeds moeilijker aan de bak, omdat banken ten opzichte van deze categorie buitengewoon terughoudend zijn.

Kortom, het beeld ziet er allesbehalve rooskleurig uit voor het midden- en kleinbedrijf.

 

Een economie zonder MKB

 

Het straatbeeld in de centra van onze steden wordt nu al beheerst door steeds dezelfde bedrijfsnamen. De diversiteit is in de afgelopen decennia enorm afgenomen.

Is dat erg? Het hangt ervan af hoe u het bekijkt. Geen MKB betekent dat de beschikbare banen drastisch afnemen, veel meer nog dan nu al het geval is. En de werkgelegenheid die resteert, doet nauwelijks nog een beroep op menselijke inventiviteit en creativiteit, of anders gezegd, is geestdodend.

Onze materiële toekomst wordt bepaald door enkelen, de leidinggevenden van de grote concerns. En niet vanuit een grote diversiteit aan initiatieven, ideeën, idealen, verbeteringen, voortkomend uit kleinere groepen van mensen die met elkaar samenwerken aan de uitvoering van hun ideaal.

De meeste mensen zijn in een economie zonder midden- en kleinbedrijven hoogstwaarschijnlijk afhankelijk van een uitkering, misschien eufemistisch basisinkomen genoemd, want de consumptie moet vanzelfsprekend voortgaan.

 

Bescherming van het MKB

 

Het midden- en kleinbedrijf zou beschermd moeten worden om in de toekomst die belangrijke rol te kunnen vervullen van garantiegever van werkgelegenheid, broedkamer van nieuw ondernemerschap en basis van innovatie, vooral in de richting van een economie die wereld en mensheid dient en niet alleen het materiële belang van enkelen.

 

Die gewenste bescherming ontbreekt echter. De overheid kan maar weinig doen, omdat de financiële middelen er niet zijn.

Toch is er een zeer grote groep mensen die deze bescherming wel zou kunnen bieden. Wie dat zijn? Wij, met z'n allen, in onze rol van consument!

In het verleden, toen de vrije markt economie nog niet zo nadrukkelijk zijn stempel had gezet, werd de slogan; Koop Nederlandse waar en wij helpen elkaar vaak gebruikt. Deze boodschap is al lang geleden afgeschaft, omdat hij niet paste in de plannen van degenen die baat hadden en nog steeds hebben bij een vrije markt economie.

De belangen bij de Nederlandse export maakten dat ruimte moest worden gegeven voor import van goederen en diensten. Deze ontwikkeling leidde de neergang van vooral het industriële midden- en kleinbedrijf in.

Ik pleit er niet voor om de klok terug te draaien en evenmin om het vroegere midden- en kleinbedrijf te idealiseren. Niet voor niets werden vanuit de zuidelijke landen in de zestiger jaren van de vorige eeuw veel gastarbeiders aangetrokken.

 

Een meer bij deze tijd passende boodschap zou zijn: ‘Koop bewust en bij voorkeur bij het MKB, want daar helpen wij elkaar mee’ En dan vanzelfsprekend de producten en diensten die een bijdrage leveren aan een betere wereld!


Hieronder volgt een artikel dat op 26 juni werd geplaatst in de Volkskrant. Daarin vindt u een bevestiging van wat hierboven door mij werd geschreven, in het bijzonder in het tweede deel.

Het eerste deel geeft aan dat banken wel willen, maar dan alleen met grote bedrijven, maar die willen niet. Er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon.

 

Voor grote bedrijven is er weer genoeg geld te leen

Kleinere onderneming blijft riskant voor bank


Geld genoeg, maar grote bedrijven zijn nog terughoudend in het aanvragen van leningen. Dat is het beeld dat Annerie Vreugdenhil, hoofd grote bedrijven bij ING Wholesale, heeft van de financieringsmarkt voor beursgenoteerde bedrijven en ondernemingen met een omzet van meer dan 250 miljoen euro.

Zowel pensioenfondsen als banken hebben volgens de ING bankiers geld in de aanbieding. ‘Grote beleggers hebben tijdens de crisis hun kruit droog gehouden’, zegt Steven van Rijswijk, hoofd complexe financieringsoperaties. ‘Nu zijn ze weer op zoek naar mogelijkheden. Ook banken willen weer kredieten verstrekken. Dat merken we bij syndicaatsleningen (grote kredieten door een groep banken, red.). Als die moeten worden verlengd, willen banken soms liever een groter bedrag uitlenen.’ Tijdens de crisis waren juist steeds meer banken nodig om het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen.

Dat financiële directeuren van grote ondernemingen de deur nog niet plat lopen voor leningen, valt onder meer op te maken uit de cijfers over de bedrijfsobligaties in West-Europa.

Vorig jaar trokken grote ondernemingen 180 miljard euro aan op deze markt. Volgens Vreugdenhil waren obligaties vorig jaar extra in trek omdat banken minder scheutig waren met lange leningen. Bedrijven moesten voor kredieten met een looptijd van meer dan vijf jaar wel uitwijken naar de obligatiemarkt. Dit jaar zijn ze nog niet verder gekomen dan 66 miljard euro, maar bij de banken is het ook niet drukker geworden.

De top van grote firma’s moeten volgens ING de financiering van hun activiteiten continu in de gaten houden. ‘Vóór de crisis keek de financieel directeur pas naar een lening als die bijna was afgelopen. Nu zien we dat bedrijven hun financiering vaker tegen het licht houden. Ze willen er zeker van zijn dat ze de financiering goed hebben gespreid en geen risico’s lopen’, aldus Van Rijswijk. Bedrijven hebben tot hun schrik gemerkt dat sommige financiële markten door incidenten opeens gesloten kunnen zijn. Zo ging de obligatiemarkt een paar weken op slot vanwege de Griekse schuldencrisis.

De ING-bankiers voorzien dat de komende jaren veel leningen, afgesloten in de topjaren vóór de crisis, zullen aflopen. In 2012 moet circa 700 miljard euro worden hergefinancierd. Bankiers noemen dit de wall of debt.

Volgens Vreugdenhil kunnen banken deze lawine aan nieuwe leningen wel absorberen, ondanks hogere kapitaaleisen en een eventuele bankbelasting. ‘Deze leningen staan nu ook al op de balans van banken’, aldus Vreugdenhil. Voor sommige klanten kan het raadzaam zijn lopende leningen alvast te herfinancieren. ‘De rente is relatief laag op dit moment. Bovendien komen de komende jaren veel bedrijven naar de markt.’

Bij het midden- en kleinbedrijf bestaat echter niet de indruk dat banken de sluizen weer hebben opengezet. ‘Het leed is nog niet geleden’, zegt Bert Wolthuis, secretaris financiering bij MKB Nederland. ‘We merken nog niet dat banken hun eisen hebben versoepeld.’

Uit recent onderzoek van Economische Zaken blijkt dat 45 procent van de mkb’ers de bank verlaat met het beoogde bedrag op zak. Vóór de crisis was dat 80 procent.

Grote bedrijven zien driekwart van de aanvragen gehonoreerd. Wolthuis: ‘Grote concerns bieden meer zekerheid, vandaar dat die eerder geld krijgen. Een kleinere onderneming is fragieler en vanuit het gezichtspunt van de bank riskanter.’

De crisis heeft mkb’ers gedwongen meer aandacht te besteden aan de financiering van hun bedrijf. ‘Bij ons meldpunt www.ondernemingskrediet.nl zien we een verschuiving van klagen naar vragen. Ondernemers zijn zich ook meer bewust geworden van alternatieven voor de bank zoals versterking van het eigen vermogen door private investeerders.’

De overheid sleutelt nog aan een regeling om dit te vergemakkelijken. Wolthuis: ‘Het is van belang dat zo’n regeling er is als de economie aantrekt. Dan hebben innovatieve bedrijven geld nodig.’